
Wijk bij Duurstede
Soms begint een grote verandering met een klein
moment van herkenning. Voor twee buren uit een rustige buurt in Wijk bij Duurstede gebeurde dat tijdens het
Mauritshuissymposium van de Rabobank, in januari 2025, over de weerbaarheid van Nederland.
‘Er werd gezegd dat buurten ook zelf in actie moesten
komen’, vertelt André van der Meer, inwoner van
Wijk bij Duurstede. ‘Maar hoe precies, werd niet concreet. Toen mijn buurman en ik naar buiten liepen, zeiden we tegen elkaar: “Dit is belangrijk. Zullen we eens kijken wat we zelf kunnen doen, gewoon in onze straat?”’ Die vraag werd de vonk voor een initiatief met concrete acties.

Hoe één vraag een hele straat in beweging bracht.
Van appgroep tot buurtbijeenkomst
De straat (met zo’n 44 huishoudens) had al een WhatsAppgroep voor kleine hulpvragen; boodschappen doen voor een zieke buur, een melding over een gevonden kat. De twee buren plaatsten een simpel bericht, zonder drama: ‘Wie zou er eens willen meedenken over wat we met onze straat kunnen doen als er langdurige verstoringen ontstaan, zoals dagen zonder stroom of internet?’
De respons was overweldigend warm. Zo’n 60 tot 70 procent van de buren reageerde positief. ‘Dat gaf meteen energie,’ zegt André. ‘Blijkbaar speelde het onderwerp al langer in veel hoofden, maar niemand had de stap genomen het er samen over te hebben.’
Ze organiseerden een eerste bijeenkomst in het lokale theater. Een bijzondere avond waar buren elkaar niet alleen herkenden van het voorbijlopen, maar elkaar ineens als bondgenoten zagen. Mensen die in een echte crisis een verschil voor elkaar zouden kunnen maken.
Wat hebben we al ‘in huis’?
De bijeenkomst startte met de vragen: Wat als een verstoring langer gaat duren dan drie dagen? Waar is dan behoefte aan en wat hebben we al te bieden in onze straat? In kleinere actiegroepen werd die inventarisatie verder uitgewerkt.
Er bleek een rijke mix aan kennis en kunde beschikbaar te zijn in de straat. Een brandweerman, een verpleegkundige, een ICTspecialist, verschillende technici en een expert in zonneenergie. Ook zijn er mensen met organisatietalent, communicatieve vaardigheden of die goed kunnen coördineren – minstens zo belangrijk.
Daarnaast werd gekeken naar: welke middelen zijn er al in de buurt? Opvallend veel buren bleken spullen te hebben die in een crisis waardevol kunnen zijn; een aggregaat, een accu, een camper met een gasfornuis of zonnepanelen.
In de meterkast
Een andere vraag die al snel op tafel kwam was: wat als huisartsen, apotheken en ziekenhuizen geen digitaal dossier kunnen openen? De oplossing bleek verrassend eenvoudig. Iedereen vraagt nu al zijn medisch dossier op bij de apotheek, noteert daarop zijn allergieën en cruciale medische gegevens, en hangt die in de meterkast, want dat is de plek waar de brandweer als eerste kijkt.
Kleine stappen kunnen levens redden.
André: ‘Er is bovendien in kaart gebracht wie zorg nodig heeft of extra kwetsbaar is als het misgaat. Nu is duidelijk wie afhankelijk is van medische apparatuur, medicatie of extra ondersteuning.’
Al die inzichten zijn vastgelegd in een lijst, zodat bekend is wie wat kan bieden of wie extra hulp nodig heeft in geval van nood. Het geeft een gedeeld beeld van wat er speelt en vooral van wat er wél mogelijk is.
Blokhoofden: vier huizen, één aanspreekpunt
De buurt besloot het verder eenvoudig en menselijk te houden: ze verdeelden de 25 huishoudens die actief wilden meedoen in groepjes van vier woningen. Elk groepje heeft een blokhoofd: een vertrouwde buur die weet wat er speelt en de communicatie kan stroomlijnen. Naar elkaar, naar de politie en hulpdiensten en naar de gemeente.
‘Het zijn gewoon buren die het prettig vinden om overzicht te houden en die in een crisis snel kunnen schakelen,’
benadrukt André. ‘In januari werken we het model verder uit.’ Het doel: rust en duidelijkheid, juist als het in de buitenwereld rumoerig is.
Nu of later
De sleutel voor succes is simpel: laat mensen doen wat bij hen past. Sommigen willen actief helpen, anderen alleen op de hoogte blijven. Alles is goed. ‘We zullen altijd de deur openhouden voor buren die nu nog niet aansluiten,’ zegt André. ‘Ook al zien zij nu nog niet de noodzaak om actief maatregelen te treffen, ze kunnen zeker bij ons aankloppen als het nodig is.’

Scenario’s voor de lange duur
‘Wat nu als de crisis lang aanhoudt?’ vroeg een aantal bewoners zich af. Ook daarmee is een actiegroep aan de slag gegaan.
‘Dan komen er andere vragen,’ zegt André. ‘Hoe houd je het veilig? Als er langer dan een week geen stroom is en de supermarkten leeg raken, is de kans aanwezig dat mensen gaan plunderen. Daarvoor zal een buurtwacht worden georganiseerd, die gaat patrouilleren als het nodig is. En een coördinator houdt contact met de gemeente.’
Een buurman die als dominee lang in Mali heeft gewerkt, vertelde dat ze daar fluitjes gebruiken als er onraad is. ‘Dat is veel effectiever dan een semafoon. We hebben er meteen een paar aangeschaft.’ Zo zie je dat je simpele, praktische voorbeelden uit andere landen hier ook kunt toepassen.
De druk op hulpdiensten is groot tijdens zo’n crisis. De overheid roept burgers daarom op om beter voorbereid te zijn.
Austerlitz
Austerlitz is zo’n dorp waarvan iedereen in de regio weet: daar kunnen ze het zelf wel. Het ligt verscholen tussen de bossen, en die bossen zitten ook een beetje ín de mensen. Het is een gemeenschap van aanpakkers – van oudsher arbeiders en bosbouwers en ook veel ondernemers. Bewoners die niet snel op een ander wachten als ze iets zelf kunnen regelen.
Dat zie je in de kleine dingen. Toen de bussen ’s avonds en in het weekend structureel niet reden, zetten bewoners zelf een ‘meerijdbankje’ neer om elkaar naar het station te helpen. Toen er te hard werd gereden op een gevaarlijke oversteekplaats, schilderden ze simpelweg zelf een zebrapad. Een paar jaar later legde de gemeente dat definitief aan. Het zijn voorbeelden van alledaagse weerbaarheid.
Achter die voorbeelden staat al jarenlang dezelfde dorpskracht: Vereniging Austerlitz Belang, opgericht in 1945.


Hoe een eigenzinnige gemeenschap een compleet bosbrand-plan ontwikkelde – en ook nog een les over wolven maakte.
Het bos wordt droger, het dorp waakzamer
Rond 2019 veranderde er iets wezenlijks. De zomers werden droger. Staatsbosbeheer introduceerde een nieuw snoeibeleid waarbij snoeiafval bleef liggen. Voor de inwoners van Austerlitz voelde dat als een lont die steeds langer werd.
‘Voor ons was het een reëel risico, maar toen we onze zorgen uitten bij Staatsbosbeheer werden we afgewimpeld,’ vertelt Hester Storsbergen, betrokken inwoner van Austerlitz. Ze benadrukt dat ze uit eigen naam spreekt, niet als bestuurslid van Austerlitz Belang. ‘Toch bleven we doorvragen bij de gemeente, drie jaar lang.
Uiteindelijk heeft de gemeente een informatieavond georganiseerd. Daar kwamen zestig mensen op af, met kritische vragen. De gemeente stelde voor: “Richt dan een werkgroep op.” Het leidde tot een collectieve vastberadenheid: als niemand dit oppakt, dan doen wij het zelf wel. We richtten onze eigen Bosbrandwerkgroep op, een club van acht mensen.’
Calamiteitenplan
In 2023 begon de werkgroep met het maken van het ABBAplan (Austerlitz Bosbrand Burgers Alert), omdat er nog geen calamiteitenplan was voor de gemeente Zeist. Het is een systeem van vluchtroutes, informatie, noodscenario’s én heldere communicatie. Tijdens het uitwerken van dit plan ontdekte de werkgroep iets schokkends: tussen de melding van een bosbrand en het NLAlertbericht kan wel anderhalf uur zitten. ‘Dat verandert alles,’ aldus Hester. ‘Bij een bosbrand moet je handelen in minuten, niet in uren. Door de ligging van Austerlitz kan preventief vluchten van levensbelang zijn.’
Ook bleek dat schuilen in het dorp geen optie is. De gemeente heeft wel een lijst met mogelijke opvanglocaties bij een natuurbrand of dreiging, maar zonder duidelijke afspraken. Bovendien is er maar één weg geschikt als evacuatieroute. Bij een bosbrand wil je voorkomen dat verkeer het dorp binnenrijdt, bijvoorbeeld ouders die hun kinderen willen ophalen van school.
Meterkastkaart
De werkgroep besloot veilige plekken aan te wijzen buiten het bosgebied, waar iedereen elkaar weer kan vinden. Ook maakten ze een ‘meterkastkaart’. Niet met lange teksten, maar met duidelijke pictogrammen die je ook kunt begrijpen als je in paniek bent. Hoe vlucht je? (Beter met de fiets dan met de auto!) Welke kant op? Wat neem je mee? Waar zijn veilige verzamelpunten voor ouderen en kinderen. Daarnaast werd een filmpje gemaakt waarin de serveerster van de lokale kroeg vertelt op welke manier je het best kunt vluchten. Zo krijgen mensen de informatie van iemand die ze kennen en voelen ze zich minder betutteld.
Nu is afgesproken: vluchten doen we via de verharde weg. En dankzij overleg met de gemeente, Staatsbosbeheer en Utrechts Landschap weten de hulpdiensten welke bospaden ze kunnen gebruiken in geval van evacuatie.
Een eigen taskforce
Om sneller te kunnen handelen werd ook de taskforce Bosbrand in het leven geroepen: zeven bewoners die in Fase 2 van extreme droogte actief monitoren of er branden in de buurt van Austerlitz zijn, de risico’s inschatten en zo nodig een preventief vluchtadvies geven.
Afgelopen zomers waren er kleine branden in de omgeving. Inwoners waren zich meer bewust van het gevaar en wilden weten: Waar is de brand? Moeten we weg? Is het veilig? De taskforce Bosbrand kreeg het druk. Daaruit werd duidelijk dat de Bosbrandwerkgroep ook een rol kan spelen bij het geruststellen van de mensen.
Na overleg met de gemeente en de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) werd het ABBAplan opgenomen als informatiedocument voor de VRU. Momenteel wordt gekeken hoe de lokale Taskforce van nauwkeurige informatie kan worden voorzien. Het dorp loopt voor, de overheid volgt.
Nieuwe dreiging: de wolf
Terwijl de dreiging van natuurbranden toenam, dook er nog een risico op: de wolf. Eerst zagen inwoners filmpjes waarop een wolf tegenover een hond stond. Niet veel later werd een hondje daadwerkelijk gepakt. Veel kinderen spelen precies aan de rand van het leefgebied van de wolf. Inwoners klopten aan bij de wijkmanager en de gemeente, maar niemand durfde zich eraan te branden. Hester: ‘De gemeente zei eerlijk: we weten er nog te weinig van.’
Opnieuw nam een dorpsgenoot het initiatief. Hij organiseerde samen met een paar andere inwoners een informatieavond. Er kwamen een paar mensen op af die veel kennis en ook ervaring met wolven hadden. De tweede avond, een jaar later, werd druk bezocht. Wat vooral indruk maakte was wat er daarna gebeurde. In samenwerking met de wolvenkenner en de school maakten een aantal inwoners een kindvriendelijke wolvenles, compleet met een animatiewolf en ruimte voor alle vragen van de leerlingen. Ze oefenden deze eerst met de leerkrachten, zodat de informatie klopte en de kinderen niet onnodig bang werden gemaakt. Pas een jaar later kwam het lespakket vanuit de provincie beschikbaar en stopte dit initiatief.
En na confrontaties tussen wolf en kinderen, volgden de adviezen van de gemeente aan ouders om kinderen niet in het bos te laten spelen, alleen in groepen het bos in te gaan en kwam in de zomer van 2025 het advies om de bossen rond Austerlitz te mijden. Bewoners zochten naar manieren om elkaar te informeren. Zo werd naast de appgroep ‘Informatiegroep Wolf’ de appgroep ‘Wolf gezien’ opgericht.
Waken voor gemakzucht
Austerlitz’ kracht is ook zijn kwetsbaarheid. ‘De gemeente gaat ervan uit dat wij het zelf wel regelen,’ zegt Hester. ‘Vaak doen we dat ook, maar het kost veel tijd, veel energie, en het hoort niet allemaal op het bordje van vrijwilligers.’
Zo wilde Hester graag een variant ontwikkelen op het Groningse initiatief ‘Eerste Hulp Ben Jij’. Dat geeft antwoord op vragen als: Welke ervaring, welke kennis en welk materiaal hebben we in huis in het geval van een calamiteit? Wie kan wat doen tijdens een ramp? Vanwege de zelfredzaamheid een ideaal burgerinitiatief voor gemeentelijke steun, maar er was geen budget. En op de vraag: ‘Wat doen we als er brand is én de stroom uitvalt? Want zelfs de kerkklokken luiden gaat elektronisch,’ was het antwoord: ‘Dat gebeurt nooit.’ Een week later lag het communicatienetwerk van de hulpdiensten een tijd plat. Sindsdien zijn er megafoons op batterijen opgenomen in de begroting en het ABBAplan.
Het werkt
Door de herhaling en de zichtbaarheid van risico’s hebben steeds meer bewoners nu een vluchttas klaarstaan. Mensen weten waar ze heen moeten. Ze weten wie ze moeten helpen. Daarnaast heeft het dorp geleerd hoe waardevol het is om kennis te delen met andere plaatsen. Steeds meer dorpen, buurtschappen en landgoederen nemen contact op met de Bosbrandwerkgroep om ervaringen uit te wisselen.
Daarnaast is de samenwerking met de gemeente inmiddels beter: Austerlitz ontwerpt de flyers en brengt ze rond, de gemeente drukt ze. De brandweer denkt mee over vluchtroutes.
Er zijn er meer
Ook op de website van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) zijn inspirerende voorbeelden te vinden van gemeenschappen die actief bezig zijn met weerbaarheid.
Wijkvereniging Ermelo-West – Behoeften van de wijk in kaart brengen
In Ermelo-West brengen ze in kaart wat weerbaarheid betekent voor de buurt. Met een vragenlijst onderzoeken ze waar hun medebewoners behoefte aan hebben, en welke kennis en vaardigheden er in de wijk aanwezig zijn.
StadsOase Spinozahof – Versterken van gemeenschap en samenwerken met instanties
In het Haagse stadsdeel Centrum vergroten bewoners hun netwerken door mensen te betrekken die nu weinig in beeld zijn in de buurt. Daarnaast werken ze aan een fijne verbinding met lokale instanties, zodat ze goed kunnen schakelen in het geval van een calamiteit.
Werkgroep maasburen.nl – ‘Goed voorbereid op een calamiteit’: opzetten van communicatienetwerk
In de gemeente Mook en Middelaar zien ze dat de gevolgen van kleinschalige verstoringen kleiner zijn met een goede voorbereiding. Daarom verspreiden ze informatie over weerbaarheid via een lokaal kennisplatform en brengen ze in kaart welke kennis en kunde er beschikbaar is in de buurt.

